Beschavingsproblematiek in een snelkookpan In ‘De God van de slachting’ komen vier hoogopgeleide personages aan het woord. Ze proberen de uit de hand gelopen situatie tussen hun zoontjes op te lossen door er volwassen over te praten. Algauw nemen discussies over beschaving en opvoeding de overhand. Reinout Bussemakers, Marcel Hensema, Roos Ouwehand en Tjitske Reidinga vertellen over hun personages en de thematiek. Reinout Bussemakers en Roos Ouwehand spelen het echtpaar Michel en Veronique Martin. Marcel Hensema en Tjistke Reidinga spelen Alain en Annette Reille.
Bussemaker: Michel is iemand die zich conformeert aan het huwelijk en het gezin. Hij werkt heel hard en kan veel hebben. Totdat het hem teveel wordt, dan uit hij zijn agressie door bijvoorbeeld met stoelen te smijten, of de hamster op straat te zetten.
Ouwehand: Veronique is een typische randstad-moeder. Ze wil een heel goede moeder zijn, werkt tegelijkertijd aan een carrière en heeft daardoor het gevoel dat ze iets moet compenseren.
Hensema: En daarbij heeft ze de wereldproblematiek op haar nek genomen.
Ouwehand: Ze denkt dat ze alles kan regelen en bepalen volgens haar eigen maatstaven en draaft enorm door. Ze ziet niet in dat andere mensen iets anders kunnen denken.
Reidinga: Annette kijkt tegen haar op. Veronique is betrokken, creatief, ze schrijft een boek, en ze is zelfverzekerd. Annette noemt maar één keer wat zij doet: vermogensconsultancy. Een prima beroep, maar niet gekozen uit passie, wel uit statusgevoeligheid. Daarbij staat ze er alleen voor. Ze is, denk ik, heel eenzaam.
Hensema: Alain is een workaholic. Hij is betrokken...
Anderen onderbreken: Betrokken??
Hensema: Ja, hij vindt het wel belangrijk om zijn zoon op te voeden, maar het moet niet overdreven worden. Er zijn dingen die veel groter en belangrijker zijn. In het stuk zegt hij: ‘Je moet wat.’ Het maakt niet uit of er wel of niet over gepraat wordt, het resultaat blijft hetzelfde.
Ouwehand: Het mooie van het stuk is dat we het ons wel kunnen voorstellen. Ik zou ook boos zijn en iets willen van de ouders als mijn zoon zo iets zou overkomen. Ik herken dus wel iets van mijn personage.
Reidinga: We zijn nu op een punt in het proces dat we de positieve kanten van de personages gaan ontdekken.
Bussemaker: Ieder komt met de beste bedoelingen bij elkaar. Maar niemand schiet er uiteindelijk iets mee op.
Reidinga: Ze zitten met zijn vieren in een snelkookpan, die overloopt.
Ouwehand: Reza zet de behoefte aan beschaving heel mooi tegenover de oerdrift van een moeder: kom niet aan mijn zoon. Niemand moet mij zeggen hoe ik mijn kind moet opvoeden.
Bussemaker: Toch is dat wel wat Veronique doet, ze gaat te ver als ze zich bemoeit met de opvoeding van de zoon van Annette en Alain.
Reidinga: Eigenlijk gaat ‘De God van de slachting’ heel erg over opvoeden. Daarin is het actueel. Veel mensen worstelen daarmee. Ouders van nu zijn heel voorzichtig en zeer beschermend.
Ouwehand: Ouders hebben er een dagtaak aan om hun kind ook op psychologisch vlak te begeleiden. En ze gaan daarin ook te ver.
Bussemaker: Alles moet tegenwoordig beheersbaar zijn. De angst regeert. Griep was vroeger iets dat er gewoon bij hoorde. Nu moet je er bang voor zijn en er iets aan doen. Of bijvoorbeeld de fietshelm. Twintig jaar geleden had niemand er één en nu is het bijna not done om je kind geen helm op te zetten.
Reidinga: Ouders staan er nu ook veel meer alleen voor. Het is niet meer vanzelfsprekend dat je sociale omgeving een oogje in het zeil houdt als kinderen buiten spelen. Ik kan daar wel naar verlangen, een buurt waarin de kinderen door iedereen opgevangen worden.
Ouwehand: De wet van het schoolplein bestaat. In eerste instantie wilde ik mijn zoon leren dat je met slaan niets moet oplossen. Maar als ik alleen maar Nee! en Niet doen! tegen mijn kind zeg en hem leer dat hij bijvoorbeeld in de zandbak niet de schep van iemand anders mag afpakken, dan loop ik het risico dat hij een jongetje wordt, dat zich altijd zijn schep laat afpakken.
Bussemaker: De waarheid ligt ergens in het midden. Agressie is er, zit in de mens en we moeten leren daarmee om te gaan.
|