| A Stadhuisplein 2, 1315 HT Almere ... T 036-8448148 ... F 036-8449099 ... E info @ theatergroepsuburbia . nl |
|
|
| * De auteur |
|
|
|
Opeens was daar Martin McDonagh. Een charmante, arrogant ogende maar verlegen jonge man die vanuit het niets vier toneelstukken lanceerde. Stuk voor stuk een groot succes en ook de toneelstukken die volgden deden veel stof opwaaien. Martin McDonagh (1970) werd geboren in Londen en is van Ierse afkomst. Op zijn zestiende verlaat hij zijn school zonder diploma. Als zijn ouders terugkeren naar Ierland blijft hij samen met zijn broer in Londen, waar ze allebei de kost proberen te verdienen met schrijven. Na vele afwijzingen van filmscenario’s schrijft McDonagh zijn eerste drie toneelstukken: De Leenane trilogie, waaronder Het Eenzame Westen en The Beauty Queen of Leenane “[…] voornamelijk omdat ik vond dat ik het beter kon, dan de saaie stukken die je ziet op het Britse toneel.” Ze markeren zijn doorbraak als toneelschrijver.
Na Shakespeare was hij de eerste van wie vier toneelstukken tegelijk in Londen speelden “ […] en die van mij zijn beter.” Zijn werk is vele malen bekroond met diverse prijzen. Tijdens een belangrijke prijsuitreiking, waar McDonagh de prijs voor meest veelbelovende toneelschrijver in ontvangst mochten, vond een incident plaats waardoor iedereen hem leerde kennen. “Ik was zo nerveus dat mijn broer en ik ons vol hadden gegooid met wodka. We waren stomdronken toen we in het hotel Savoy arriveerden. Goede Ierse jongens als we zijn vloekten we wat, toen er een toast uitgebracht werd op de koningin. Sean Connery kwam naar ons toe en zei dat we onze mond moesten houden, waarop ik hem zei: Fuck off.” Een rel was geboren. Theater verveelt McDonagh uitermate. Voor hij zelf toneel schreef, ging hij bijna nooit, alleen als er filmsterren meespeelden. McDonagh schrijft niet om het publiek te amuseren, maar wat hij zelf zou willen zien. Hij veroorzaakt regelmatig grote verontwaardiging en zijn toneelstuk De luitenant van Inishmore werd lange tijd niet uitgevoerd omdat het te gewelddadig zou zijn.
“Voor mij is het heel natuurlijk en hoewel ik nooit alleen schrijf om te choqueren of te confronteren, beperk ik mijn verbeelding niet. Ik maak me eerder zorgen dat het saai is, dan dat ik de toeschouwers tegen me in het harnas jaag. Waar de zwarte humor en bijna slapstick-achtige toon van mijn toneelstukken vandaan komen weet ik niet. Maar het zijn stukken die ik zelf zou willen zien, als ik naar het theater zou gaan. Ik ben geïnteresseerd in het gevaarlijke aspect ervan. Soms wordt het publiek geraakt door stukken die van het podium afvliegen. In één van mijn stukken explodeert plotseling een oven. Ik vind het fantastisch om dat te zien. Het publiek schrikt zich rot. Ik weet niet waarom ik daarvan houd. Het heeft met macht te maken, denk ik.”
Hij keek uren naar soaps op televisie. De series leerden hem vooral veel over de techniek van het schrijven. Hij las geen toneelstukken en had er slechts een paar op het podium gezien, maar in zijn werk laat hij zien dat hij zeer goed inzicht heeft in de werking van dramatische vertellingen. Hij weet hoe hij personages soepel in en uit scènes kan schrijven, hoe hij informatie moet doseren en op welke momenten cruciale kennis gegeven kan worden in ogenschijnlijk onbelangrijke scènes. Maar ook wanneer hij bepaalde inlichtingen kan verhullen, op momenten dat het publiek afgeleid wordt door een grap of geweld. McDonagh wordt wel de ‘Tarantino’ van het theater genoemd. Hij combineert geweld en humor op een zelfde manier als de filmregisseur van o.a. From Dusk till Dawn, Reservoir Dogs en Pulp Fiction. Er wordt geen woord teveel of zonder reden gezegd, wat ervoor zorgt dat je op het puntje van je stoel zit om niets te hoeven missen.
“Het gaat om de balans. Wreedheid in humor is niet wreed. Er is altijd al een balans geweest tussen duisternis en wreedheid en humor en liefde. Ik zou niet willen zeggen dat mijn werk donker en wreed is, omdat je dan al het andere negeert. Je kan het niet omschrijven als komedie of puur drama. Het is donker en komisch. Maar ik houd ervan om te proberen deze twee te vermengen, soms in twee zinnen, maar zeker in twee scènes. Volgens mij is dat een interessante manier om kunst te benaderen. Je kunt me niet in een hokje plaatsen.”
De toneelstukken van McDonagh spelen zich af op bestaande plekken in het westen van Ierland. Een argeloze toeschouwer zou kunnen denken dat Ierland enkel bevolkt wordt door tierende dronkelappen. Dit is echter geenszins de bedoeling van McDonagh.Hij speelt met fictie en werkelijkheid. De bestaande plaatsen gebruikt hij als achtergrond voor zijn melodrama’s. Hij overdrijft en dramatiseert en creëert zo zijn groteske vertellingen over bizarre figuren met bijna allemaal een grote mond en een heel klein hartje. Zijn karakteristieke taal lijkt Engels, maar hij gebruikt uitdrukkingen uit het Gaelic (oud Iers) van zijn ouders. McDonagh zegt dat het is alsof hij de stemmen van zijn familieleden in zijn hoofd hoort en letterlijk opschrijft wat zij zeggen.
“In de dialogen die ik schrijf, heb ik geprobeerd de manier waarop we in het dagelijks leven met elkaar praten te vangen. Als we alles zouden opschrijven wat we zeggen, zou dat heel gek worden. Het is lastig om datzelfde effect in een toneelstuk te krijgen, maar ik heb geprobeerd om een beetje van die gekte weer te geven in de manier van spreken.”
McDonagh creëert een geheel eigen taal. Hierdoor krijgen zijn teksten originaliteit en een dramatisch effect. Het is een soort straattaal gecombineerd met boerse uitdrukkingen. Het Engelse publiek begrijpt zijn taal, maar hoort ook meteen de Ierse afkomst. Het kan niet letterlijk vertaald worden: Benno Barnard heeft er daarom voor gekozen om de vertaling ook in een kunsttaal te schrijven. Een bestaand Nederlands dialect zou tekort doen aan de enorme variatie in McDonagh’s taal.
“Ik vertel verhalen. Iedereen kan de verhalen vertellen, die ik vertel. Maar ik geef om de verhalen als ik ze schrijf. Het succes is een extra stimulans. Vroeger was mijn ambitie om niet te werken. Maar nu vind ik het leuk om verhalen te vertellen. Ik vind het heerlijk om mezelf te verrassen en mezelf aan het lachen te maken. Het is fijn om in de positie te zijn dat ook filmliefhebbers, mensen zoals ik, van mijn werk houden en naar het theater komen. Ik zou dat graag blijven schrijven en ik zou het ook nog beter willen doen. Als ik repetities bijwoon, verveel ik me de hele tijd. Ik vind het nooit goed genoeg.”
|