Sacha Bulthuis overleden

15 Oktober overleed actrice Sacha Bulthuis in Den Haag. Ze werd 61 jaar. Kester Freriks schreef voor het NRC Handelsblad het volgende stuk over haar leven.

 

 Amsterdam, 15 okt. Buiten het theater gaf actrice Sacha Bulthuis er de voorkeur aan een onopvallende verschijning te zijn in haar geliefde Den Haag. Maar betrad zij eenmaal het podium, dan veranderde zij in een toneelspeelster die op briljante wijze de aandacht wist te vangen en het publiek tot ontroering bracht. Met haar zangrijke stem en de altijd treffend gekozen dictie wekte zij elke tekst en elk personage tot leven. Of zij nu optrad in een tragedie of blijspel, Sacha Bulthuis liet nooit na een onuitwisbare indruk te wekken.


Voor haar was toneelspelen het werkelijke leven; al het andere leek bijzaak. Met het overlijden van Sacha Bulthuis verliest het Nederlandse theater een ongeëvenaarde actrice voor wie oprechtheid en integriteit in het toneelspel de belangrijkste eisen waren. In theater is dat een zeldzaamheid.

Alexandra Paula Maria Bulthuis werd op 24 mei 1948 in Doorn geboren als dochter van de Haagse schrijver Rico Bulthuis, die onlangs ook overleed. Zij was getrouwd met regisseur Aus Greidanus en moeder van twee toneelspelende kinderen, Aus jr. en Pauline.

Kiezelsteentje

Sinds 1971 is Sacha Bulthuis aan het theater verbonden. In dat jaar slaagde zij voor de toneelschool in Amsterdam en debuteerde ze tijdens het Holland Festival met de voorstelling Bacchanten '71. Al in 1974 werd zij onderscheiden met de Theo d'Or voor haar rol in Een vleug honing bij het gezelschap Globe. In dat seizoen vertolkte ze haar eerste rol in een stuk van Tsjechov; ze was Irina, de jongste, in Drie zusters. Bulthuis ontwikkelde zich tot een actrice die de belangrijke rollen in het wereldrepertoire, van de klassieken tot Shakespeare en Pinter, moeiteloos wist te vertolken op een voor haar kenmerkende licht-geëmotioneerde, glasheldere en soepele stijl. Nooit zag je aan haar spel hoe hard ze ervoor werkte die perfecte vanzelfsprekendheid te bereiken. In een interview voor de reeks Allemaal theater zei ze: „Als het mij te makkelijk af dreigt te gaan, doe ik een kiezelsteentje in mijn schoenen. Dan heb ik iets om tegenop te acteren”.

Enige tijd geleden moest ze wegens ernstige longziekte haar hoofdrol als grootgrondbezitster Ljoebov in Tsjechovs De Kersentuin bij het Nationale Toneel teruggeven. Ze zou voor deze kroon op haar loopbaan geregisseerd worden door Erik Vos, de grote toneelvernieuwer die met zijn Haagse gezelschap De Appel, opgericht in 1971, een vast en inspirerend huis vormde voor Bulthuis. Al op haar veertiende jaar deed zij auditie bij Vos.

Souplesse en elan

Sacha Bulthuis groeide in de loop van haar ruim dertig jaar durende carrière uit tot een van de grootste Nederlandse actrices. In 1993 verwierf zij opnieuw de Theo d'Or, ditmaal voor haar rol als Lotte in het befaamde, complexe stuk Groot en Klein van de Duitse schrijver en dramaturg Botho Strauss. Deze onderscheiding bekroonde Bulthuis' vermogen ook het hedendaagse repertoire te kunnen vertolken. Souplesse en elan zijn woorden die bij het spel van Bulthuis horen. De eerste keer dat ik haar zag vertolkte ze Miranda, de jonge dochter van tovenaar Prospero in De Storm van Shakespeare (1976). In de loop van de jaren heeft ze haar acteerstijl verdiept en intenser gemaakt.

In 1998 speelde ze bij De Appel, in de regie van haar ex-echtgenoot Aus Greidanus, de rol van Ilse Ritter in het toneelstuk Ritter, Dene, Voss van Thomas Bernhard. Dit stuk schreef Bernhard voor de drie „intelligente acteurs” uit de titel. Had hij Sacha Bulthuis gekend, dan had hij haar onmiskenbaar een „intelligente” actrice gevonden. Bij die gelegenheid zei ze tegen deze krant over haar carrière sinds haar debuut: „Het is vanzelf gegaan. En eigenlijk te snel. Ik maakte de fout door de ene rol uit de voorgaande te halen, in plaats van uit het leven. Als je zoveel hebt gespeeld als ik, dan lijkt het of je aldoor in hetzelfde toneelstuk staat, alleen telkens met andere woorden. Wie op die zekerheid van „aldoor hetzelfde” speelt, redt het niet. Steeds weer moet de inspiratie uit het leven gehaald worden. Het leven heeft me ook geleerd uit die echtheid van persoonlijke ervaringen te putten. Ik ben er niet zonder butsen en kleerscheuren doorheen gekomen”.

Herhaling

Bulthuis speelde vele tientallen rollen, en sommige van deze rollen zeer vaak, zoals vijftig keer Clémentine in De Mensenhater van Molière. Die herhaling achtte ze de noodzaak van theater. „Pas dan, na de dertigste, veertigste keer kan ik jongeleren met de tekst. Ik beschik over een misselijkmakend groot tweede oog. Ik peil onophoudelijk de reacties van de toeschouwers. Zij zijn de medespelers, en elke avond kunnen ze weer anders zijn”.

Bulthuis was een van die zeldzame actrices die elke toeschouwer het idee geeft dat zij, de actrice daar op het podium, alleen voor hem of haar speelt. Een van haar laatste, grandioze rollen was die van een naamloze vrouw in het toneelstuk Ben ik al geboren? (2008) van Gerardjan Rijnders, ook bij De Appel. Hiervoor is zij genomineerd voor de Theo d'Or. In deze rol zweeft Bulthuis als een moeder tussen leven en dood. De „butsen en kleerscheuren” die haar, naar eigen zeggen, in het leven zijn overkomen keren terug. Vooral de griezelig gespeelde vergeetachtigheid is autobiografisch, en wie weet daarom zo „echt gespeeld”. Zijzelf werd een aantal jaren terug getroffen door een lichte aantasting van de hersenen, waardoor ze steeds moeilijker teksten kon onthouden. Met energie en geestkracht is ze deze mentale storing te boven gekomen.

In de beide marathonvoorstelling van de afgelopen jaren die De Appel bracht in de regie van Aus Greidanus schitterde Bulthuis. Zij opende als voedster Tantalus (2003): baby na baby bakerde ze in. Het leken onschuldige borelingen, maar Bulthuis maakte met prachtige gestiek duidelijk dat deze kinderen de toekomstige, bloeddorstige helden zouden zijn in een altijddurende tragedie. En met de afscheidsscène in Odysseus (2007) schreef Bulthuis theatergeschiedenis. Als de nimf Kalypso moet ze vaarwel zeggen tegen haar held, Odysseus. Zeven jaar waren ze verliefd, leefden ze samen. Nu moet Odysseus terug naar huis. Sacha Bulthuis speelde haar woede, verbazing en teleurstelling over Odysseus' vertrek tragisch en tegelijk groots. Niet sentimenteel. Met haar zangrijke stem vroeg ze „nog een jaar” om bij Odysseus te mogen blijven. Die kreeg ze niet.