| A Stadhuisplein 2, 1315 HT Almere ... T 036-8448148 ... F 036-8449099 ... E info @ theatergroepsuburbia . nl |
|
|
| Interview David Harrower |
|
|
|
Met behoud van het mysterie.
Een interview met David Harrower.
David Harrower (1966) is een toneelschrijver uit Schotland. Zijn eerste stuk Messen in kippen is meerdere keren in Nederland opgevoerd. Blackbird ging in augustus 2005 op het Theaterfestival in Edinburgh in première in een regie van Peter Stein. In 2007 won Harrower met Blackbird de “Laurence Olivier Award”, voor het beste nieuwe Engelstalige toneelstuk.
Je hebt eens gezegd dat je het eerste idee voor Blackbird kreeg uit een gebeurtenis in de werkelijkheid waar je over las: Een dertigjarige Amerikaanse Marinier was er vandoor gegaan met een twaalfjarig meisje, waar hij via internet mee in contact was gekomen.
Die gebeurtenis leidde tot een aantal gedachten, die weer leidden tot het toneelstuk Blackbird. Ik hou er eigenlijk helemaal niet van om gebeurtenissen uit de werkelijkheid te gebruiken in een toneelstuk. Maar het artikel over deze gebeurtenis intrigeerde mij. Ik zag een man en een kind die uitkeken over de zee. Ik raakte dat beeld niet kwijt. Dat beeld was het begin van Blackbird.
In je toneelstuk heb je er voor gezorgd dat niets zwart/ wit is. In plaats daarvan onderzoek je het hele scala aan grijstinten die zich kunnen voordoen in het menselijk gedrag en in relaties.
De relatie tussen Ray en Una heeft zich werkelijk afgespeeld, maar ik wilde niet als een scheidsrechter oordelen over deze personages, of me mengen in de discussie of dit al dan niet moreel verwerpelijk is. Iedereen weet dat dit soort relaties niet zouden moeten voorkomen. Het heeft geen enkele zin te bevestigen wat mensen toch al vinden. Voor mij was het erg belangrijk om deze twee personages alles tegen elkaar te laten zeggen wat ze wilden zeggen, zonder dat ik ze censureerde.
Je hebt er voor gekozen Ray en Una elkaar te laten ontmoeten 15 jaar na hun eerste ontmoeting.
Ja, toen ik me realiseerde dat ik er twee volwassen mensen van kon maken die strijden over het verleden, over wat er wel en wat er niet tussen hen was gebeurd, toen viel alles op zijn plaats. Voor mij gaat het over wat wij in ons dragen, hoe we denken dat we geworden zijn wie we zijn, en welke herinneringen we vasthouden om die identiteit te bevestigen. Dat is wat ons de mens maakt die wij zijn. Ik zocht naar de spanning tussen die herinnering of het beeld wat ze van zichzelf hebben en wat er nu tussen hen mogelijk is.
Je begeeft je op gevaarlijk terrein als je hun relatie als een liefdesgeschiedenis beschrijft.
Ja, dat wist ik, en ik verwachtte dat ik een storm van kritiek over me heen zou krijgen. Maar, tot mijn grote verbazing gebeurde dat niet. Ik kreeg brieven van vrouwen die me bedankten, die me prezen om mijn stuk. Ze schreven dat ze relaties hadden gehad toen ze nog een kind waren en dat ze precies wisten wat ze aan het doen waren. Daar kan je natuurlijk over twisten, maar wie ben ik om ze die zekerheid te ontnemen. Ik heb met een paar vrouwen gesproken die, op zeer jonge leeftijd, verhoudingen hebben gehad met oudere mannen en die er van overtuigd waren dat hun relatie een liefdesrelatie was. Dat verbaasde me zeer. Het is heel goed mogelijk dat de ervaring die Una met Ray had een van de belangrijkste gebeurtenissen in haar leven is, in positieve of in negatieve zin. Ik denk in negatieve zin, maar dat weet ik ook eigenlijk niet. Ik weet niet precies wat er met haar gebeurd is, of hoe ze zich voelt aan het eind van het stuk. Dat is een mysterie. Het was een schokkende ervaring voor haar en het is voorstelbaar dat ze nu eindelijk toe kan geven aan alle gevoelens van wroeging, verlangen en angst die ze jarenlang had weggestopt.
Het is opmerkelijk om uit de mond van een toneelschrijver het woord mysterie te horen. Het is dus mogelijk om een toneelstuk te schrijven, waarin zelfs voor de schrijver sommige dingen “mysterieus” blijven.
Als ik een toneelstuk af heb vind ik het prettig als er nog vragen onbeantwoord blijven. Ik denk dat er in mijn toneelwerk veel ambivalentie zit. Soms kan het zo zijn dat twee dingen tegelijkertijd waar zijn, en dat is een kwaliteit waar ik niet ontevreden over ben.
Het publiek dat Blackbird ziet zal zich zeker afvragen waarom Una Ray heeft opgezocht.
In het begin niet, maar tijdens het schrijven heb ik voor mezelf een antwoord verzonnen. Maar dat ga ik hier niet verklappen. Sorry.
Was het moeilijk om je te vereenzelvigen met Ray tijdens het schrijven? Het knappe vind ik namelijk dat hij bij vlagen sympathiek is.
Ik moest wel. Ik kon hem niet alleen maar zwart maken of demoniseren, want hij zou volslagen oninteressant zijn als personage als ik hem moreel zou veroordelen. Toen ik het stuk aan het schrijven was had ik geen idee hoe het publiek over Ray zou gaan denken. Ik was dus nogal verbaasd toen ik uit de reacties kon opmaken dat lang niet iedereen hem onsympathiek vond. Dat neemt niet weg dat er natuurlijk veel kwalijker types rond lopen, die actief op zoek zijn naar kinderen om die te misbruiken. En wij, als samenleving, moeten beslissen wat er met deze mensen moet gebeuren.
De stijl die je hanteert in “Blackbird” probeert dicht in de buurt te komen bij hoe mensen praten, veel interrupties, onafgemaakte zinnen. Deed je dit bewust of is dit het resultaat van veel herschrijven?
Nee, die stijl was er meteen al. Ik heb het stuk in een maand geschreven. Toen ik eenmaal begonnen was, kon ik niet meer stoppen. Ik wilde in een taal schrijven die de mentale staat van de twee personages weergaf. Ik zocht naar een taal die vertelt dat ze ergens om heen draaien. Ze kunnen hun zinnen niet afmaken, ze kunnen niet duidelijk zijn, want als ze duidelijk zijn weten ze niet wat het effect ervan op de ander zal zijn.
Harold Pinter wordt vaak genoemd als een mogelijke inspiratie voor je toneelstukken. En dan bedoelt men vooral de stijl van zijn toneelstukken. Kan je ons iets vertellen over je voorbeelden of wie je beïnvloed heeft bij het schrijven van je toneelstukken?
Eerlijk gezegd ben ik pas op vrij late leeftijd toneel gaan schrijven. Eerst had ik allerlei saaie baantjes, zoals afwassen in restaurants. Tussendoor schreef ik korte verhalen. Op den duur kreeg ik zo genoeg van alle beschrijvingen in die verhalen dat er uiteindelijk alleen nog maar dialogen over bleven. Dit gebeurde nog voordat ik Pinter ontdekt had. Ik dacht erover na hoe je taal kon gebruiken, hoe je met taal zowel iets kon verbergen als onthullen. Ik ging niet veel naar toneel. Het interesseerde me niet zo. Ik zat veel in de bibliotheek en las daar van alles. Vooral de toneelstukken van Brian Friel vond ik erg goed.
Wat is de betekenis van de titel “Blackbird” (merel)?
O, dat is heel eenvoudig. Ik herinner me dat ik snel een titel nodig had en ik had zitten luisteren naar muziek van John Coltrane, of misschien wel Keith Jarrett, de pianist, en ze speelden het bekende liedje “Bye Bye Blackbird”. Het was een improvisatie op het bekende liedje. Het voelde ook echt als een improvisatie. Ik vroeg me af hoe lang kan ik deze twee mensen in een ruimte houden? Ik voelde me als een muzikant die aan het improviseren was. Ik improviseerde met twee mensen, wat kon ik ze laten zegen, wat kon ik ze laten doen. Ik dacht ook dat Ray Una misschien een keer “Blackbird” had genoemd... of misschien draaiden ze het witte album van de Beatles op weg naar de kust.
Je hebt een keer in een eerder interview gezegd dat je vond dat theater niet al te didactisch of al te geëngageerd met de buitenwereld moest zijn. Maar je hebt ook gezegd dat je wel eens een toneelstuk zou willen schrijven dat inspeelt op de actualiteit. Zou je dat kunnen uitleggen?
Dat was eerder een retorische vraag aan mijzelf, hoe verhoud ik mij als toneelschrijver tot de mij omringende wereld? Ik word voortdurend heen en weer geslingerd tussen het verlangen toneelstukken te schrijven die reflecteren op de wereld om ons heen en het verlangen kleine intieme drama's te schrijven. Ik weet niet goed hoe mensen wat dit betreft over Blackbird denken. Het stuk staat op zich als een goed, intrigerend toneelstuk. Ik weet dat als ik naar een voorstelling zit te kijken die naar mijn smaak te didactisch is, dat ik dan afhaak. Sommige schrijvers, sommige stemmen, zijn naar mijn smaak gewoon te schreeuwerig. Ik heb altijd de voorkeur gegeven aan een rustiger, meer bedachtzame, kijk op de zaak. Er zijn veel toneelschrijvers die schrijven over het Engels Koninkrijk, interraciale relaties, seksuele relaties, identiteitsproblemen etc. Ik ben niet zo'n schrijver die een onderwerp neemt en daar dan commentaar op geeft. Ik moet een andere weg vinden om te zeggen wat ik wil zeggen. Ik zou heel graag een groot politiek toneelschrijver zijn, maar dat kan ik niet omdat ik zo niet ben. Ik moet zijn wie ik ben, een rustige verontrustende toneelschrijver.
Interview uit: American Conservatory Theatre, door Jessica Werner Zack |